Brancheorganisaties: remmers van vernieuwing?

De Gideons laten zich zo links en rechts nog wel eens kritisch uit over brancheorganisaties.

Gideon

23 augustus 2021

Brancheorganisaties: remmers van vernieuwing?

Dat is niet omdat wij tegen brancheorganisaties zijn. Integendeel, brancheorganisaties kunnen een onwijs belangrijke rol in de transitie vervullen.

Het probleem ligt hem meer bij de rol die zij vaak krijgen toebedeeld vanuit de overheid. Wanneer we iedereen op de juiste positie activeren gaat de transitie veel sneller. 


Als het gaat om het investerings- en innovatiebeleid van de overheid, maar ook rondom de implementatie van nieuwe wet- en regelgeving, dan legt de overheid vaak een luisterend oor bij de brancheorganisaties. Op zich logisch. Je kunt als overheid niet met duizenden individuele bedrijven praten en brancheorganisaties vertegenwoordigen de gemene deler. 



'Een brancheorganisatie neemt het gemiddelde als uitgangspunt'



Maar die gemene deler is precies het probleem in deze transitie. Het is goed te weten wat voor de totale branche – en dus ook de achterhoede – de problemen zijn met innovatie zodat je hen zoveel mogelijk kunt faciliteren om de achterstand in te halen. Maar het is niet goed die achterhoede aan het stuur te laten als je haast hebt. Als je haast hebt kies je de beste coureurs. Die leggen de lat. Die vraag je wat hen in de weg staat om nog sneller en beter te worden. De innovaties die zij toepassen komen met de juiste opschalingscondities vervolgens ook bij andere partijen terecht.  



Koplopers bepalen het tempo

Van belang is dat iedereen zijn rol kan blijven vervullen, maar koplopers bepalen het tempo, de volgers proberen bij te komen en het peloton probeert het verschil zo klein mogelijk te houden. Sommigen redden het niet, die haken af. Als je haast hebt moet je zorgen dat je het tempo van de koplopers niet verlaagt door obstakels niet op te ruimen. Je brengt juist met de koplopers de obstakels in kaart en inventariseert hoe je die het beste kan verwijderen. Daar profiteert vervolgens de hele branche van. Alleen als koplopers – zij die er zelf voor kiezen hun nek uit te steken, voor de troepen uit te lopen en risico’s te nemen – de ruimte krijgen, kan iedereen profiteren van wat zij leren aan de kop de rit. 



Brancheorganisaties

Een brancheorganisatie bestaat bij gratie van haar leden. Des te positiever de branche over de organisatie is, des te meer mensen willen lid zijn van de brancheorganisatie en zijn dus ook bereid om te betalen voor hun lidmaatschap. Zoveel mogelijk tevreden leden is het verdienmodel van de brancheorganisatie. Doet de brancheorganisatie iets waar een groot deel van de leden niet blij van wordt, dan heb je de poppen aan het dansen. Het is dan ook logisch dat bij de meeste brancheorganisaties het bestuur wordt gevormd door de leden en dus mensen uit de bouwpraktijk, ofwel het grote peleton. 


We zouden een voorbeeld aan de Formule 1 kunnen nemen, maximaal innoveren aan de top en de rest van de sector maken die innovaties regulier. In de Formule 1 is dit principe volledig doorgevoerd. De racerij is al decennialang een proeftuin voor nieuwe technologie, die in veel gevallen later terug te vinden is in straatauto’s. De achteruitkijkspiegel, schijfremmen en de toepassing van koolstofvezel zijn daar voorbeelden van. Maar het lijkt meer of we met een vriendengroep de avondvierdaagse aan het lopen zijn en met zijn allen het tempo aanpassen aan de langzaamste onder ons. Sociaal wenselijk wellicht maar dan gaan we de doelen van 2030 en 2050 niet halen. En dat zijn niet zomaar doelen. 



Honderden belangenbehartigers

Er zijn honderden brancheorganisaties die in de bouw actief zijn. Voor de installatiebranche, bouwbedrijven, allerlei gespecialiseerde onderaannemers, architecten, ingenieurs, handelaren, woningcorporaties, ontwikkelaars en om nog maar te zwijgen van alle toeleveranciers. Al die organisaties hebben vertrouwen van hun leden en kunnen een enorm belangrijke rol vervullen om hun achterban op maat perspectief te bieden hoe zij succesvol kunnen inspelen op de transitie-opgave waar we voor staan. Zowel voor wat betreft lobby als sectorontwikkeling. 



Beroepsremmers of meestribbelaars?

Dat de brancheorganisaties niet blij worden van de term beroepsremmers of meestribbelaars snappen wij ook wel. Maar wij denken dat ze – ook in hun huidige rol – beter kunnen dan in de afgelopen jaren hebben laten zien. 


Dat begint met een einde aan wij en zij. De installateurs staan niet tegenover de bouwers. Net zo min dat architecten en bouwers tegenover elkaar staan. In beeldspraak zijn we geen pizza aan het verdelen maar we bedenken samen hoe we een grotere pizza kunnen bakken. Het is niet nodig en niet van deze tijd om een zo groot mogelijk deel van de pizza bij je eigen achterban te willen houden. We hebben met elkaar namelijk een klus te klaren. Om de gebouwde omgeving in Nederland mooi, duurzaam en vitaal te maken en houden. Daarvoor moeten we over onze eigen schaduw heen stappen en kijken wie waar nou het beste voor geëquipeerd is. Dat betekent ook goed luisteren naar elkaars argumenten en dus niet vanuit de houding dat je tegenover elkaar staat. Een cultuurverandering is dus niet alleen bij leden maar ook binnen brancheorganisaties nodig. Sterker nog. Er is niet één andere industrie waarvan een product dusdanig uiteen wordt gehaald dat het 563 (!) brancheorganisaties rechtvaardigt? 


In onze ogen zou het voor Nederland ook veel beter zijn als we niet zo’n enorme versnippering van deelbelangen hebben. We pleiten veel meer voor een holistische benadering van belangenbehartiging. Win-win in plaats van win-verlies. Belangenorganisaties die lobbyen en de sector ontwikkelen vanuit maatschappelijke doelen, zodat we voor win-win-win kunnen gaan. Bijvoorbeeld de energietransitie in de gebouwde omgeving, de materialentransitie en de opgave om de huidige infrastructuur op peil te houden. De Actieagenda wonen van februari jongstleden is daar een voorbeeld van, alhoewel die het thema ‘klimaatdoelen halen’ maar zeer beperkt raakt en het abstractieniveau dusdanig is dat niet duidelijk wordt wat de leden van brancheorganisaties zelf gaan bijdragen aan de beoogde oplossingsrichtingen. Brancheorganisaties die vanuit de maatschappelijke doelen werken en niet primair vanuit de bedrijfsbelangen voegen hoe dan ook onmiskenbaar waarde toe aan de samenleving. Van ego-denken naar eco-denken.


Mogelijk is dat een brug te ver. Maar ook binnen de huidige structuur is er ruimte voor verbetering. Door niet het gemiddelde als uitgangspunt te nemen. En alles wat ‘te hard’ gaat, te zien als iets dat de branche schaadt. 

 


'Alles wat ‘te hard’ gaat, schaadt de branche, lijkt de reflex.'



Faciliteer ook als brancheorganisatie de koplopers

Brancheorganisaties – zij die het belang van iedereen in de gaten houden – zouden juist moeten stimuleren dat partijen die bereid zijn de stap naar de toekomst te zetten, alle ruimte krijgen. Laat hen meedenken over actieplannen, laat hen de lat leggen, help hen innovaties uit te testen. Én; zorg dat snelle volgers in staat zijn om gevolg te geven aan wat koplopers hebben uitgetest. De rol van brancheorganisaties is te zoeken naar partijen die behoefte hebben aan wat koplopers uittesten, maar zelf niet in de omstandigheid zijn om de eerste stap te zetten. Zorg dat er ruimte is voor volgers om mee te kijken bij de experimenten, zorg dat zij hun vragen beantwoord krijgen én zorg dat zij al tijdens het experiment zoeken naar in welke van hun eigen projecten zij opvolging kunnen geven aan het experiment, zodat een vinding nogmaals getest wordt. En daarna is het als brancheorganisatie zaak om te vertellen, te zenden, te prediken, te helpen. Verspreid de kennis, inspireer eenieder die de nieuwe vinding nog niet kent. Verander het verhaal van je branche, zodat je de vinding omarmt.



'Als brancheorganisatie heb je de rol om de toekomst zo snel mogelijk te omarmen, niet om hem te vertragen of proberen tegen te houden.' 



Overheid

Tot slot zouden we overheid willen adviseren beleid te bepalen op basis van een bredere winning van informatie. Er is niets op tegen om de mening en ideeën te vragen en advies in te winnen van brancheorganisaties, maar luister ministens zo goed naar de koplopers en de wetenschappers en stel je open voor mensen van buiten de betreffende branche. Zij zijn prima in staat om te duiden welk condities er nodig zijn voor opschaling van hun ideeën en oplossingen om maatschappelijke doelen te halen.


Kortom. Zijn brancheorganisaties de remmers van vernieuwing? Zoals de hazen op dit moment lopen wellicht wel. Maar daar is absoluut geen reden voor. Brancheorganisaties vervullen een enorm belangrijke rol in de hele transitie. Door het peloton en alles dat daarachter komt mee te krijgen. Dus laten we samen lobbyen voor een duurzame toekomst.