top of page

Zorg voor beschikbaarheid van duurzame data bouwmaterialen

Marjet Rutten

Mantijn van Leeuwen

28 november 2022

Zorg voor beschikbaarheid van duurzame data bouwmaterialen

De CO2 uitstoot van het bouwen is met 11% van de totale CO2 uitstoot bijna net zo groot als de CO2 uitstoot van het verwarmen van gebouwen (13%). De afgelopen jaren ging al veel energie naar plannen om gebouwen energiezuiniger te verwarmen. Het terugbrengen van de milieu-impact van de gebruikte materialen dient de komende jaren topprioriteit te zijn. Met relatief eenvoudige ingrepen kunnen hier snel de eerste stappen worden gemaakt.



Om deze broodnodige stappen te kunnen maken is de beschikbaarheid van data ten aanzien van de duurzaamheid van materialen van vitaal belang 

Tot nu toe is er vanuit het Rijk alleen vraag om 1 cijfer te geven (de MPG-score) op 19 milieu-indicatoren gezamenlijk (zie figuur 1 onderaan dit artikel) over de hele levensduur (zie bijgaande figuur hieronder). Uit onderzoek van digiGO blijkt dat maar liefst 91% van de respondenten (58 partijen uit de hele keten) meer informatie wil over de duurzaamheid van producten.



Daarbij gaat het voor de meesten (88%) om informatie over de vier fasen (productie/bouwen, gebruik, afdank en hergebruik). Volgens 71% is de NMD te veel gericht op branche-gemiddelde/generieke data en bevat deze te weinig product-specifieke data. 


Van de professionals heeft 91% behoefte aan meer informatie over de duurzaamheid van producten. 

Momenteel mag detailinformatie over de duurzaamheid van producten niet transparant beschikbaar worden gesteld. De oorzaak hiervoor zijn de overeenkomsten tussen Stichting NMD en de fabrikanten. De data is er wel - en als je er heel veel tijd in steekt ook te vinden - maar de ontsluiting, en daarmee het beoogde positieve effect, laat nog veel ruimte voor verbetering. Dit in tegenstelling tot andere landen zoals Duitsland. Aangezien veel fabrikanten internationaal werken is de data over hun producten ook geen geheim. 


De NMD is vooralsnog niet voornemens om de data beschikbaar te stellen ook als ze deze wel heeft. De reden die hiervoor wordt aangegeven is dat de overheid vraagt om module A t/m D als één batch uit te leveren t.b.v. de 1-puntscore in bouwregelgeving (MPG). Het uitleveren per module vergt in de ogen van NMD nadere aparte besluitvorming van de Rijksoverheid (BMNL) en dient vervolgens per toepassing per licentie te worden geregeld. 


Wij vragen de overheid daarom om aanpassing en dat zij actief meer deelinformatie over de milieu-impact over de verschillende fasen en de verschillende milieueffect categorieën uitvraagt in haar rol als opdrachtgever of eist in haar rol als toezichthouder. Dit is niet alleen wenselijk om duurzamer te bouwen, maar ook nodig om (beter) te monitoren of klimaat- en/of stikstofdoelstellingen worden gehaald. Nu worden voor die zaken aparte monitoringsystemen opgebouwd, dit is inefficiënt en leidt potentieel tot interpretatieverschillen. Door gecentraliseerd meer inzicht te verschaffen bespoedigt dit niet alleen het behalen van de duurzaamheidsdoelstellingen maar versnelt dit ook de doorlooptijd van bouwprojecten. 


Draag zorg voor voldoende middelen en een sluitende governance 

De NMD wordt door partijen gezien als een van de bottlenecks die een snelle transitie tegenhoudt. Het lijkt te ontbreken aan (i) mandaat vanuit de Beleidscommissie BNML en (ii) capaciteit en expertise om zaken daadwerkelijk uit te voeren. Een versnelling in de uitvoering van hun plannen is essentieel. Denk hierbij aan aanpassing van contracten met leveranciers, het draaien van pilots, het updaten van het PPS-sheet, het automatisch inregelen van berekeningen en het aanpassen van rekenregels ook voor de B&U. Naast voldoende middelen is ook de governance binnen de NMD een aandachtspunt. Het is niet realistisch dat partijen die geacht worden de belangen van de achterban te vertegenwoordigen het maatschappelijke belang bovenaan zet wanneer dit potentieel de belangen van hun achterban zou kunnen schaden. Zij kunnen uiteraard wel een belangrijke adviserende rol spelen maar de governance zou ten alle tijden onafhankelijk georganiseerd moeten zijn. 


Wij vragen de overheid te borgen dat de NMD voldoende middelen tot haar beschikking heeft om optimaal bij te dragen aan een snelle transitie en bovendien er op toe te zien dat dit ook goed gebeurt. De governance zou bij het Rijk moeten liggen en niet bij de markt. Gezamenlijke planning en prioritering en regelmatige afstemming over de voortgang met het Rijk zien wij als essentieel. Je zou ook kunnen overwegen de NMD helemaal als overheidsorganisatie te zien of als ZBO gezien het belang voor de transitie van Nederland. 


Zorg voor een toekomstvisie vanuit het Rijk 

De NMD geeft aan haar rol niet te zien als een facilitator om producten met elkaar te vergelijken teneinde ontwerpers, bouwers en opdrachtgevers te faciliteren een goede keuze te maken. In onze ogen is het essentieel dat iemand die optie wel biedt. Het doel is in onze ogen niet een vinkje wat je voor vergunning van een project moet halen. Het doel is dat we met elkaar zo duurzaam mogelijk bouwen en de beschikbare CO2 budgetten niet overschrijden. 


Het is van belang dat de duurzaamheidsprestaties continu tijdens het ontwerpproces worden gemonitord op basis van actuele data. Koppeling met BIM software is daarvoor essentieel. De NMD heeft de data en de vraag is dan ook of het wenselijk is dat elders te beleggen als de NMD dit niet als haar taak ziet. 


Als belangrijkste financier voor het overgrote deel van de activiteiten van de stichting NMD is het logisch dat de overheid hierin een sturende rol op zich neemt. Principiële bezwaren en verouderde argumentatie (waarbij het belang van de fabrikant zwaarder weegt dan het milieubelang) mogen de transitie niet in de weg staan. 

Andere landen om ons heen gingen ons hier voor. We noemden eerder al Duitsland, waar de nationale database (Okobaudat) door iedereen te raadplegen en downloaden is. Waardoor er veel innovatie is gekomen. (zie www.oekobaudat.de/en/service/downloads.html). 


Wij vragen de overheid een principiële keuze te maken hoe we het toekomstig stelsel van informatievoorziening voor ons zien. Welke data dient op welke manier beschikbaar te zijn en wie krijgt welke verantwoordelijkheid voor welke data en wat er nodig is om die zo snel en goed mogelijk te ontsluiten. Specifiek is hierbij belangrijk dat er duidelijkheid is over de rol van de Stichting NMD in deze en de stichting hierop aan te sturen. 


Om de transitie te versnellen zou de overheid - in deze het Ministerie van BZK met mede-eigenaarschap vanuit Ministerie IenW (DGMI) - in onze ogen de volgende punten op moeten pakken: 


  • Zorg voor een roadmap die duidelijk maakt wat er de komende jaren dient te gebeuren, wat prioriteit heeft en wie welke taken op zich neemt. Laat je hierbij als Rijksoverheid inspireren door andere Europese landen (fabrikanten werken vaak ook internationaal) en stel het maatschappelijk belang bovenaan. 

  • Vraag meer specifieke data uit dan alleen de generieke MPG. Door de data te vragen (en er ook op te selecteren) komt deze data steeds meer beschikbaar. Daardoor kan de markt slimmer ontwerpen en het biedt je als overheid een dashboard en de mogelijkheid om de lat steeds verder te verhogen. 

  • Laat de Europese EPD's (opgesteld onder de voorwaarden van de EN-15804 OG) toe. Daarmee ontsluiten we een enorme hoeveelheid duurzame producten die nu buiten het bereik van de NMD liggen zonder fabrikanten op extra kosten te jagen. 

  • Onderzoek de mogelijkheid voor een centraal georganiseerd en gecontroleerd dashboard Mileuprestatie zodat er (in positieve en negatieve zin) meer transparantie ontstaat van de milieuprestaties van gerealiseerde gebouwen. Dit helpt ook de overheid in haar sturing. 

  • Stel budget beschikbaar zodat er versnelling komt. Duurzaamheidsdata dient een maatschappelijk doel en is essentieel om de (overheids)doelstellingen te halen. Er is onder meer geld nodig om infrastructuur te bouwen en data sneller en beter te ontsluiten. 

  • Zorg dat de lat omhoog gaat en de eisen hoger worden. Het is nu voor partijen geen moeite om de overheidsdoelen (zoals de MPG) te halen, waardoor gedetailleerde data en het spelen met ontwerpen om ze verder te verduurzamen niet nodig is. Als de lat hoger ligt (bijvoorbeeld de MPG naar 0,5) dan is er ook meer noodzaak tot data en zullen fabrikanten die ook vaker beschikbaar stellen. 


Een goede beschikbaarheid van data laat onverhoopt dat ook de kwaliteit van data goed hoort te zijn. Daarvoor zijn eerder diverse suggesties gedaan. Het verbeteren van de kwaliteit van data kan hand in hand gaan met het verbeteren van de beschikbaarheid. 


Meer informatie: 


- DigiGO: Zonder inzicht geen uitzicht

- Gideon: advies Rijksoverheid en verkenning en manifest

- W/E: Koplopers in de woningbouw

- DGBC: Koplopers in de utiliteitsbouw



Figuur 1

bottom of page